Wat doet een opname in een woonzorgcentrum met een mantelzorger?

Theo en Yvonne verhuisden naar een woonzorgcentrum. Nicole, hun dochter en mantelzorger, vertelt over de opname

Theo en Yvonne, de ouders van Nicole, verhuisden samen naar het Woonzorgcentrum Sint-Maria in Brecht. Yvonne had toen al 3 jaar alzheimer en bij Theo was net dementie vastgesteld. 8 maanden na de verhuis overleed Nicole’s vader. Nicole vertelt over de overstap naar een woonzorgcentrum. “Nachten heb ik er van wakker gelegen: welke zorg gaan ze er krijgen, gaan ze er gelukkig zijn, zullen ze me iets verwijten?”

“Ik ben zo blij dat ik hier ben. Ik moet niks meer.” (Theo)

Nicole: “Bijna niemand wil graag naar een rusthuis, maar het kan ook positief verlopen. Al had ik dit op voorhand niet verwacht”, zo begint de mail van Nicole. Ze is geen vrouw die normaal gezien staat te springen voor een interview, maar voor dit gesprek wil ze graag een uitzondering maken. “Ik vind het zo belangrijk om deze kant te tonen. Mensen weten zo weinig van een rusthuis. Misschien helpt het verder als ze dit lezen?”

Oud brood

“Het begon eigenlijk vier jaar voor de opname,” vertelt Nicole: “Er waren een aantal voorvallen waardoor er bij mij een belletje begon te rinkelen. Zo was er een moment waarop ik mosselen bij hen thuis gereed maakte. Mijn vader wilde het brood uithalen. Wat ik toen zag… Je kan zeggen: ‘brood met schimmel’, maar dat was het niet. Het was echt een groen brood. Ik zei nog kalm: ‘Laten we een ander halen’. Mijn vader werd onmiddellijk kwaad. Hij zei: ‘Wij gooien hier niks weg.’ Het leek wel alsof hij zich betrapt voelde.

‘Waar gaat dit naartoe?’ dacht ik dan bij mezelf.” Geleidelijk aan pasten de ouders van Nicole hun leven aan volgens hun noden. Ze verhuisden naar een nieuwbouwappartement en schakelden thuiszorg in. Nicole: “Zo hebben ze nog drie jaar heel tevreden gewoond. Ik hoopte dat mijn ouders nog lang bespaard zouden blijven van een verhuis naar een rusthuis. Maar aan allerlei kleine momenten zag ik steeds meer dat mijn ouders achteruit gingen.”

Wateroverlast

Nicole: “Dan was er het incident met het water. Mijn ouders hadden de kraan laten openstaan. Gelukkig gingen ze vrij vroeg gaan slapen en kwamen er nog buren toe die avond. Die buren merkten op dat er water naar beneden liep in de garage. Mijn broer en ik zijn dat allemaal achteraf toevallig te weten gekomen. Via de technieker van de lift. Toen ik mijn ouders ernaar vroeg, gebaarden ze eerst nog dat ze er niets van wisten. Eigenlijk wist mijn pa toen al heel goed: ‘Als ik het laat afweten, dan moeten we onze situatie aanpassen.’ Het moet zwaar geweest zijn voor mijn vader om zich steeds de sterke van de twee te houden. Ikzelf was opgelucht dat het met water was. Wij hadden voor hun nieuw appartement een inductieplaat besteld. Mijn ouders hebben dat veranderd naar gas. Dat hadden ze liever. Maar stel je eens voor dat het met gas was gebeurd in plaats van met water…”

“Tegen mij kruiste hij in het begin nog zijn armen, maar tegen het personeel straalde mijn vader en maakte hij mopjes. ‘Beter zo dan omgekeerd’, dacht ik dan.”

De boeman?

Nicole: “We hebben toen met de kinderen rond de tafel gezeten. Wat gaan we nu doen? Ik vond dat verschrikkelijk. Ik voelde mij de grote boeman. Ik heb veel verwijten van mijn ouders naar mijn hoofd gekregen. Ik wou ze ook niet ‘alle twee wegdoen’. Je wil dat niet doen.”

“Gelukkig woonden mijn ouders toen op 500 meter van een woonzorgcentrum met een lokaal dienstencentrum. Dat centrum kenden ze al. Daar gingen ze al af en toe eens langs om iets te drinken. Zo was de drempel kleiner. Mijn vader zei toen: ‘Als we dan al naar een woonzorgcentrum gaan, dan is het daar.’”

“Ik vond het verschrikkelijk: hun kleren inpakken, alles labelen. Mijn ouders zeiden toen niks tegen mij. Ze zaten er met hun armen gekruist. Die spanning herinner ik me nog heel goed. Ik heb toen nachten wakker gelegen, ook al wist ik dat het niet anders kon. Ik had geen keus.”

De overstap

“Je weet als mantelzorger niet waar je aan begint. Gaan ze er gelukkig zijn? Gaan ze het mij verwijten? Ik zag van in het begin wel hun houding veranderen. Mijn pa had bijvoorbeeld een rolstoel, maar hij wou daar thuis nooit gebruik van maken. Net toen we vertrokken, zei hij heel luchtig: ‘Die rolstoel moet toch mee?’ Dat was voor mij een eerste teken dat hij stilletjes aan wendde aan het idee.”

“Ons ma heeft wat ik noem een ‘Alzheimerknop.’ Zij was één dag compleet van de wereld, keek door mij heen en antwoordde niet. De volgende dag was haar knop weer omgedraaid en zei ze: ‘Voilà, we zijn er.’ Mijn pa had het twee weken moeilijk. Nadien bloeide hij helemaal open. Ik heb nog nooit iemand zo in overgave zien gaan. Dat luchtte mij enorm op.”

“Tegen de verpleging straalde ons pa. Hij maakte grapjes. Tegen mij kruiste hij in het begin nog zijn armen. Hij was nog steeds boos. Maar ik was opgelucht. Beter zo dan omgekeerd, dacht ik dan bij mezelf. Al snel stonden mijn ouders bekend als dat toffe koppel.”

Het personeel maakt het verschil

Nicole: “Het personeel was ook heel toegewijd en lief. Dat is niet altijd eenvoudig, met de taken die ze hebben en de emoties van de mensen waarmee ze om moeten gaan. Daar heb ik veel bewondering voor. De verpleging zei al snel tegen mij: ’We komen zo graag bij je ouders langs, ze zijn altijd zo vrolijk’. Mijn broer zorgde voor de muziek en wisselde oude liedjes af met moderne muziek.”

“Bij mijn vader zag ik zichtbaar dat er een last van zijn schouders viel. Voordien voelde hij zich duidelijk verplicht om zich sterk te houden voor hen alle twee. Aan mijn moeder kon hij eigenlijk niks meer vragen. Ze kon het niet meer.”

“Eén keer heeft hij dat ook zo tegen me gezegd. Hij zei toen: ‘Ik ben zo blij dat ik hier ben. Ik moet niks meer.’ Daar was ik blij om. Had hij geweten wat het was, had hij het misschien veel eerder gedaan. Ze hadden het echt naar hun zin en verkenden nieuwe dingen. Ze zaten aan een toffe tafel, ze hadden hun babbel, ze kwamen mensen van vroeger tegen…”

“Ik moest hem één ding beloven: het appartement mochten we niet verkopen, want, zo zei hij: ‘Dat is het enige dat we nog hebben.’ We hebben het niet verkocht, maar we verhuurden het. Mijn pa leefde toen gek genoeg op van de spullen die we verkochten. Hij vond het fijn dat we niet alles zomaar weggooiden. We hebben nog samen gelachen om een oude mat die we hebben verkocht. ‘Hebben mensen daar nog geld aan gegeven,’ zei mijn vader.”

“Na een val stelde de dokter leverkanker vast bij ons pa. Hij is toen erg ziek geworden. Het personeel was heel attent en liefdevol, ook voor mijn moeder. Dat stelde mij dan weer gerust”, vertelt Nicole. “Wat mij heel erg raakte, is het moment na zijn dood. Ons pa overleed ’s nachts en het personeel is de volgende ochtend één voor één mijn vader komen groeten. Ze zeiden allemaal iets persoonlijks (‘Wie gaat hier nu mopkes vertellen?’ of ‘Theo, nu heb je geen pijn meer hé’). Wij hebben nadien een tekstje geschreven in naam van alle kinderen en ons ma aan het personeel. Een bedanking.”

“Het personeel heeft veel van mijn zorgen weggenomen. Als er iets gebeurt, is er direct iemand. Ze deden mijn ouders bovendien openbloeien. Mijn vader doet niet grappig tegen iedereen. Het personeel was ook oprecht aangedaan en dat vond ik mooi om te zien. Ook nu, bij mijn moeder, zijn ze opnieuw heel zorgzaam. Ze is heel ziek op dit ogenblik. Ik voel dat het personeel met dezelfde liefde en zorg voor mijn moeder wil zorgen zoals ze bij mijn vader hebben gedaan. Dat geeft mij als mantelzorger heel veel steun en rust. Ik ben hen hier heel dankbaar voor.”

Meer weten?

Meer artikels

Wat doet de Dienst Maatschappelijk Werk?

2 september 2020

Hoor je ook soms je buurman zeggen dat de maatschappelijk werkster is geweest? Of heb je gelezen dat je voor…

Het glas van mantelzorger Gabriël is altijd halfvol

29 juni 2021

Positief in het leven staan, ook als je in de put zit. Dat is wat ons volgens mantelzorger Gabriël (71)…

Mantelzorg kent geen leeftijd

13 januari 2021

Jonge mantelzorgers zijn een vaak vergeten doelgroep. Toch zorgen heel wat jongeren in Vlaanderen voor een broer, zus, (groot)ouder of…