In het voorjaar van 2024 lijkt Chantal, de mama van Gillis, te sukkelen met haar gezondheid. Ze raakt snel vermoeid en heeft enkele gezondheidsklachten. Op het eerste gezicht lijken dit menopauzeklachten. “Op 2 april krijg ik plots telefoon. Mama had een hartaanval gekregen”, vertelt Gillis. “In het ziekenhuis vinden ze echter niet meteen iets afwijkends en ook met haar hart is eigenlijk niets mis. De scans vertellen een ander verhaal: mama heeft longkanker.”
Diagnose
Het nieuws komt hard binnen. Toch blijven Chantal en Gillis hoopvol. Er zijn behandelingen en dus ook mogelijkheden. Drie dagen later krijgen ze opnieuw slecht nieuws: het blijkt om kleincellige longkanker te gaan. “Over het algemeen wordt verteld dat je bij die kanker maar een tweetal jaar meer te leven hebt,” legt Gillis uit, “Dus je kan je wel inbeelden dat ons leven van de ene op de andere dag helemaal veranderde. Mama moest bijvoorbeeld onmiddellijk stoppen met werken, ondanks dat ze dat heel graag deed.”
Gillis moest ook zijn leven aanpassen. Hij ging deeltijds werken om voor zijn mama te kunnen zorgen. “Ik woon in Gent en mama woonde in De Haan. Ondanks de afstand probeerde ik één à twee keer per week langs te gaan. Dat waren wel zware en lange dagen, maar ik zou mezelf eeuwig een schuldgevoel hebben opgelegd als ik de zorg niet op mij had genomen”, zegt Gillis.
“Ik ben iemand die graag betrokken is en heb dan ook onmiddellijk alle administratie op mij genomen. Ik regelde alle afspraken met het ziekenhuis, de verzekeringen en het ziekenfonds, las medische verslagen na, … Ik ging mee naar elke chemo en naar elke consultatie. Soms volgden er diezelfde dag al nieuwe onderzoeken, waardoor je een hele dag kwijt was.”

Als kanker terugkomt
Aanvankelijk leek de behandeling aan te slaan. Bij kleincellige longkanker kunnen kankercellen na de eerste chemotherapie sterk krimpen en daardoor veel minder zichtbaar worden op scans. Echter kunnen cellen na verloop van tijd resistent worden tegen chemo en opnieuw beginnen groeien. Zo ging het ook bij Chantal.
“Het is raar, hoor”, vertelt Gillis. “Het eerste halfjaar leek echt goed te gaan. Die chemo is zwaar, maar ze kwam er wel sterker uit. Ze voelde zich beter en na een tijdje begon zelfs haar haar terug te groeien.”
Toen ik het zelf niet meer zag zitten, zei ze: ‘Allee, je gaat nu toch nog niet opgeven?’
“In oktober moesten we echter opnieuw op controle en bleken er ook al kankercellen in haar hersenen te zitten. Ik zag mama toen echt instorten. ‘Nee, niet nu al in mijn hersenen’, zei ze. Maar ze gaf de moed niet op en na vijf minuten zei ze: ‘Oké, we gaan opnieuw door de behandeling. Je weet maar nooit!’ Ze bleef steeds positief. Op momenten waarop ik het zelf niet meer zag zitten, zei ze: ‘Allee, je gaat nu toch nog niet opgeven?’”
Tussen de behandelingen door bleven Chantal en Gillis ruimte maken voor gewone momenten samen. Ze genoten van lekker eten, koffiedrinken, gezellige babbels en wandelingen. “Gewoon met ons twee, eventjes op adem komen, weg van de kanker. We vertelden verhalen over vroeger en maakten grapjes.”
“Soms kwam ook mijn vriendengroep uit Gent mee, die mijn mama ook goed kende. Op zo’n dagen was het ook fijn om die mensen rondom mij te hebben en te weten dat ik er niet alleen voor stond. Eén van die vrienden is fotograaf en heeft veel foto’s getrokken tijdens onze momenten samen. Die zal ik voor altijd koesteren.”
Verlies jezelf niet
Een mantelzorger van een persoon met kanker ervaart het zorgen vaak anders dan andere mantelzorgers. “Je zit eigenlijk nooit safe, want er komt zo veel bij kijken. Als je voor een bejaard persoon van 90 jaar zorgt, dan is dat ook zwaar, maar op een andere manier. Het is de onvoorspelbaarheid van kanker die het zo moeilijk maakt. En dat heeft een impact op alle facetten van je leven.”
Ik heb mama willen beschermen, maar in ruil heb ik mezelf weggecijferd.
“Ik heb het altijd moeilijk gevonden om aan mezelf toe te geven dat het te veel was. Ik wilde mama beschermen en haar de best mogelijke tijd geven die ze nog had. In ruil heb ik mezelf weggecijferd. Ik ga nooit vergeten dat de oncologisch verpleegkundige tegen me zei: ‘Meneer, jij grijpt nu eerst naar het zuurstofmasker van je mama, maar als het vliegtuig dreigt te crashen en je niet eerst je eigen masker opzet, dan kan je er niet zijn voor haar.’ Het is een paar keer gebeurd dat ik zo vermoeid was dat ik fysiek niet in De Haan geraakte. De oncoloog, de huisarts en de verpleegkundigen hebben me vaak gewaarschuwd: ‘Neem eens een dag pauze. Ga eens een week op reis’, zeiden ze. Ik had dat toen niet door, maar ik besef nu pas hoe ver ik gegaan ben. Daar ondervind ik nu nog steeds de gevolgen van.”
De ervaringen die Gillis als mantelzorger opdeed, sluiten nauw aan bij het doel van ons boekje ‘Eerste Hulp Bij Kanker’. Daarom werkte hij er ook zelf aan mee. Hij deelde zijn verhaal en las de tekst voor het boekje mee na.
“Ik ben heel blij dat jullie dit boekje maken”, vertelt hij. “Het is nodig, want anders weet je echt niet wat je moet doen. Welke vragen moet je dan stellen? Waar moet je allemaal op letten? Je wordt er vanaf dag één ingesmeten en dan sta je daar.”
Chantal Dufoer overleed op 27 december 2025 op 62-jarige leeftijd, bijna twee jaar na het stellen van de diagnose.
Het verhaal van Gillis
Je kan het verhaal van Gillis ook bekijken via de video hieronder:
Vermoeidheid bij kanker
Ben je mantelzorger van iemand met kanker en zie je het even allemaal niet meer zitten? Lees meer over wat je allemaal kan doen via de website van Solidaris. Klik op de knop hieronder voor meer informatie.